Naast de microprocessor en zijn systeembussen zijn er een aantal ondersteunende chips nodig om de computer vlot te laten werken. Deze ondersteunende chips horen bij elkaar en worden daarom een chipset of Integrated peripheral controllers genoemd. De chipset zorgt voor de verbinding tussen de processor en al de andere zaken, en is als het ware het zenuwcentrum van de computer. Zo bepaalt de chipset o.a. hoe snel de gegevens van de harde schijven en van het RAM-geheugen bij de processor geraken. Er zijn twee van die chipsets aanwezig op een moederbord, de Northbridge en de Southbridge.
De chipset heeft 3 belangrijke functies. Hij fungeert vooraleerst als de system controller, deze regelt o.a. de timing van de processor (timer), het onderbreken van programma’s voor prioritaire taken (interrupts), gegevenstransport naar het intern geheugen (DMA=direct memory access) en het energiebeheer. Maar ook als peripheral controller, deze regelt de verbindingen naar de interface waarop de randapparatuur aangesloten zit. Ook de Memory controller is aanwezig, die bestuurd de level 2 cache en het EDO RAM.